Eiseres is eigenaar van een hond die door de gemeente Groningen in beslag is genomen na meerdere bijtincidenten, waaronder een dodelijk incident met een kat. De gemeente heeft bestuursdwang toegepast en een besluit tot inbeslagname genomen. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit en vorderde in kort geding de teruggave van de hond en een verbod op euthanasie.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang vanwege het voornemen van de gemeente om de hond te euthanaseren, maar dat euthanasie niet kan worden toegestaan zolang het bezwaartraject niet is afgerond en de onderbouwing van de gemeente onvoldoende is. De identiteit en deskundigheid van de gedragsdeskundige die het testrapport opstelde, zijn niet bekendgemaakt, waardoor de conclusie tot euthanasie onvoldoende is onderbouwd.
Ten aanzien van de teruggave overweegt de rechter dat de inbeslagname een tijdelijke maatregel is, maar dat de hond niet kan worden teruggegeven zolang het bezwaartraject loopt en de hond als gevaarlijk wordt beschouwd. De gemeente heeft onvoldoende stukken overgelegd over de eerdere incidenten, maar het staat vast dat de hond eerder tot gevaarlijk is verklaard en dat eiseres zich bewust was van de risico's. De vordering tot teruggave wordt daarom afgewezen.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De gemeente wordt verboden om over te gaan tot euthanasie van de hond totdat het bezwaartraject is afgerond.