ECLI:NL:RBNNE:2024:5146
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen erkenning en tenuitvoerlegging Belgisch confiscatiebevel
Op 12 juli 2024 stelde de veroordeelde beroep in tegen de beslissing van de officier van justitie tot erkenning en tenuitvoerlegging van een confiscatiebevel van 28 februari 2011, opgelegd door het Hof van beroep Antwerpen, België, ter waarde van 35.100 euro.
De raadsman voerde aan dat de Belgische verjaringstermijn was verstreken en dat het recht op een behandeling binnen een redelijke termijn was geschonden omdat België pas na dertien jaar tot inning was overgegaan. De officier van justitie stelde dat de verjaring was gestuit door de start van een Strafrechtelijk Uitvoeringsonderzoek (SUO) op 20 januari 2021, waardoor de verjaringstermijn opnieuw begon te lopen.
De rechtbank overwoog dat de Belgische wetgeving voorziet in stuiting van de verjaring bij aanvang van een SUO, en dat het confiscatiecertificaat bevestigt dat de verjaring ten vroegste op 19 januari 2031 zal intreden. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat geen sprake was van een manifeste schending van grondrechten die erkenning en tenuitvoerlegging zou kunnen verhinderen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde de beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging van het confiscatiebevel.
Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van het Belgische confiscatiebevel wordt ongegrond verklaard.