Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 december 2024 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
€ 433,22per maand.
-41,28per maand.
€ 234,30per maand.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
www.rechtspraak.nlhetzij door verzending per post aan de Centrale Raad van Beroep.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
26%van het verschil tussen het toetsingsinkomen in het peiljaar en de vrije voet in het toekenningsjaar.
€ 363voor ieder kind dat in het studiejaar dat aanvangt in het jaar voorafgaand aan het studiefinancieringstijdvak, onder de werking van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten of van artikel 2, derde tot en met vijfde lid, van de Wet op het kindgebonden budget valt.
hoger onderwijs
€ 430,27]