Op 9 april 2024 schoot verdachte op klaarlichte dag in het centrum van Groningen tweemaal met een revolver gericht op het beoogde slachtoffer en omstanders. Ondanks dat niemand gewond raakte, acht de rechtbank het bewezen dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het doden van deze personen.
De rechtbank baseert haar oordeel op verklaringen van het slachtoffer, meerdere onafhankelijke getuigen en camerabeelden die het incident bevestigen. De revolver en munitie werden later bij het broertje van verdachte aangetroffen, wat de rechtbank verbindt aan verdachte vanwege de overeenkomsten in beschrijvingen en het feit dat er precies twee kogels waren afgevuurd.
Verdachte ontkende het schieten, maar werd toch schuldig bevonden aan poging tot doodslag en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. Gelet op de ernst van de feiten, het recidiverisico en het ontbreken van strafuitsluitingsgronden, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 40 maanden op.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 3.000 euro aan het slachtoffer wegens immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente. De revolver en munitie werden onttrokken aan het verkeer.