Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken
d.d. 19 november 2024 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
- gemeen gevaar voor goederen, te weten het schuurtje en/of inhoud van dit schuurtje en/of omliggendeschuren en/of panden, en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de aldaar aanwezigebewoners van de omliggende panden, te duchten was.
de rechtbank begrijpt: getuige [getuige]).
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van verdachte
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 462 dagen.
een gedeelte, groot 270 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaar, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een ofmeer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van hetWetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.