De rechtbank Noord-Nederland heeft op 25 oktober 2024 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere strafbare feiten waaronder diefstal met geweld en afpersing. Voor het primair ten laste gelegde diefstal met geweld en subsidiair afpersing is verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van nauwe samenwerking met de medeverdachte. Wel is verdachte veroordeeld voor winkeldiefstal van twee pakken Nutrilon uit een winkel in Leeuwarden.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van verdachte, het slachtoffer en getuigen, waarbij bleek dat verdachte niet duidelijk betrokken was bij het overvalincident in de woning van het slachtoffer. Verdachte had bekend aan de winkeldiefstal, waardoor dit feit wettig en overtuigend bewezen werd verklaard.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van het bewezen feit, de persoon van verdachte en een negatief reclasseringsrapport dat wees op instabiliteit en eerdere mislukte begeleiding. Gezien de recidive en eerdere veroordelingen werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken passend geacht.
De civiele vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het feit waarop de schade gebaseerd was niet bewezen werd geacht. Ten aanzien van eerdere voorwaardelijke straffen werd de tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf gelast, terwijl een andere vordering van het Openbaar Ministerie werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
De uitspraak werd gewezen door mr. H.J. Schuth, voorzitter, mr. E.P. van Sloten en mr. C. Krijger, waarbij laatstgenoemden buiten staat waren het vonnis mede te ondertekenen.