ECLI:NL:RBNNE:2024:4232

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
26 oktober 2024
Publicatiedatum
30 oktober 2024
Zaaknummer
18-006018-24
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 onder C OpiumwetArt. 36e lid 2 Wetboek van StrafrechtArt. 36e vijfde lid Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens aanwezig hebben van hennep en afwijzing ontnemingsvordering

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 25 oktober 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, geboren in 1985, woonachtig te een adres. De officier van justitie had een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €27.318,21 ingediend, gebaseerd op het vermeende telen van hennep.

Tijdens de terechtzitting van 11 oktober 2024 heeft de verdediging betoogd dat er geen oogst heeft plaatsgevonden en dat het aantreffen van gebruikte materialen niet bewijst dat er eerder geoogst is, mede vanwege het growshopverbod. De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor het aanwezig hebben van hennep, maar vrijgesproken van het telen van hennep.

Gezien de vrijspraak voor het telen en het ontbreken van bewijs dat verdachte voordeel heeft genoten uit het aanwezig hebben van hennep, heeft de rechtbank de vordering tot ontneming afgewezen. De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer onder voorzitterschap van M. Brinksma.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld voor aanwezig hebben van hennep; ontnemingsvordering afgewezen.

Uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden
parketnummer 18.006018.24
beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 25 oktober 2024 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
in de zaak tegen

[verdachte]

veroordeelde, geboren op [geboorte datum] 1985 te [geboorte plaats] , wonende te [adres] .

Procesverloop

De officier van justitie heeft d.d. 23 februari 2024 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van 27.318,21 ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18.006018.24 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.
De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 11 oktober 2024. De veroordeelde is verschenen, bijgestaan door mr. W.J. Morra, advocaat te Amsterdam. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Mous.

Beoordeling

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de ontnemingsvordering van 27.318,21. De officier heeft de vordering gebaseerd op zijn vordering in de strafzaak, waar hij heeft gevorderd dat het telen van hennep bewezen kan worden verklaard en op het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft, onder verwijzing naar zijn pleitnotities, bepleit dat de ontnemingsvordering dient te worden afgewezen. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de veroordeelde heeft verklaard dat er niet is geoogst en dat evenmin kan worden vastgesteld dat er sprake is geweest van een oogst. Het enkele feit dat er gebruikte materialen zijn aangetroffen in de woning kan niet tot de conclusie leiden dat er eerder is geoogst. Te meer omdat sinds de invoering van het growshopverbod er geen nieuwe materialen gekocht kunnen worden.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft veroordeelde in de onderliggende strafzaak met parketnummer 18.006018.24 bij vonnis van 25 oktober 2024 veroordeeld voor het aanwezig hebben van hennep (artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet) en vrijgesproken van het telen van hennep. Gelet op de vrijspraak voor het telen van hennep en het feit dat de veroordeelde uit het bewezenverklaarde “aanwezig hebben” geen voordeel heeft genoten, zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie afwijzen.

Beslissing

Wijst de vordering van de officier van justitie af.
Deze uitspraak is gegeven door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. H.J. Schuth en mr. E.R. van Slooten, rechters, bijgestaan door mr. R.D. Ensel, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 25 oktober 2024.
Mr. H.J. Schuth en mr. E.R. van Slooten zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.