Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het (verdere) procesverloop
2.De feiten
3.De beoordeling
4.Beslissing
7 augustus 2024,voor een
pro forma behandeling;
7 augustus 2024schriftelijk berichten over:
Arnhem-Leeuwarden
871
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 7 februari 2024 een beschikking gegeven waarin beide minderjarige kinderen van de ouders ambtshalve onder toezicht worden gesteld van het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid voor de duur van een jaar. Dit volgt op een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming waarin ernstige bedreigingen in de ontwikkeling van het oudste kind zijn vastgesteld, waaronder angst voor de moeder en een verstoorde ouderlijke verhouding.
Hoewel de Raad aanvankelijk geen ondertoezichtstelling voor het jongste kind noodzakelijk achtte, oordeelt de rechtbank anders vanwege de gedeelde gezinssituatie en zorgen over de opvoedvaardigheden van de moeder en emotionele beschikbaarheid van de vader. Beide kinderen groeien op in een verstoord gezinsklimaat met strijd tussen de ouders.
Daarnaast heeft de rechtbank het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag over het jongste kind toe te wijzen gehonoreerd, aangezien dit in het belang van het kind wordt geacht. Beslissingen over het hoofdverblijf van het oudste kind en de zorgregeling worden aangehouden, mede vanwege lopende hulpverlening en mediation.
De voorlopige omgangsregeling is geschorst en de rechtbank benadrukt het belang van een veilige en geleidelijke omgang, met monitoring door de GI en betrokkenheid van een kinderpsycholoog. De zaak wordt op 7 augustus 2024 pro forma behandeld voor verdere besluitvorming.
Uitkomst: Beide minderjarige kinderen worden ambtshalve onder toezicht gesteld en gezamenlijk gezag over het jongste kind wordt toegewezen.