ECLI:NL:RBNNE:2024:3147
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning bouw bedrijfsloods wegens onduidelijkheid gebruik en milieubelasting
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerkwartier op 6 februari 2024 heeft verleend voor de bouw van een bedrijfsloods op een adres in [plaats]. De vergunninghouder is inmiddels gestart met de bouwwerkzaamheden, waarop verzoekers een voorlopige voorziening hebben gevraagd en een ordemaatregel is getroffen.
De voorzieningenrechter heeft op 15 augustus 2024 het verzoek behandeld en overwogen dat het niet duidelijk is of het bestreden besluit in bezwaar in stand kan blijven. Dit vanwege onduidelijkheid over het precieze gebruik van de bedrijfsloods en de milieucategorie van het bedrijf. Verzoekers stellen dat het bedrijf valt onder milieucategorie 3.1, terwijl het bestemmingsplan alleen bedrijven tot categorie 2 toestaat. Het akoestisch onderzoek biedt onvoldoende inzicht in de representatieve bedrijfssituatie en de geluidsbelasting.
Het college heeft gesteld dat de loods zal worden gebruikt voor opslag en stalling van materiaal, wat valt onder milieucategorie 1 of 2, maar deze onderbouwing is onvoldoende concreet en sluit niet aan bij de activiteiten van de vergunninghouder. De voorzieningenrechter concludeert dat het college zich niet redelijkerwijs op het standpunt kan stellen dat de geluidsbelasting binnen de voorkeursgrenswaarde blijft.
Daarom wordt de omgevingsvergunning geschorst tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Het college moet het griffierecht aan verzoekers vergoeden. De uitspraak is bindend voor het voorlopige traject en laat de bodemprocedure onverlet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de omgevingsvergunning geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.