Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
1.[A] B.V.,
2.
[B] B.V.,
3.
[C],
1.De procedure
- de akte overlegging aanvullende stukken na vonnis 20 december 2023 van [D]
Rechtbank Noord-Nederland
In deze civiele bodemzaak vorderen [A] c.s. dat de rechtbank verklaart dat [D] tekort is geschoten in de nakoming van zijn zorgplicht als bewaarnemer van hun jonge paarden, die bij hem in opfok stonden. De paarden zijn ziek geworden en enkele overleden, waarbij sprake was van een worminfectie en een vergissing bij euthanasie van een paard.
De rechtbank kwalificeert de overeenkomst als een bewaarnemingsovereenkomst en stelt dat de bewaarnemer gehouden is de paarden in dezelfde staat terug te geven, rekening houdend met natuurlijke processen. Vaststaat dat enkele paarden overleden zijn en anderen ziek waren bij terugkeer, wat een tekortkoming kan vormen. [D] voert aan dat hij een adequaat ontwormingsbeleid heeft gevolgd, maar [A] c.s. betwisten dit en wijzen op onvolledige facturatie.
De rechtbank legt op [D] de bewijslast om aan te tonen dat hij de paarden adequaat heeft ontwormd volgens het beleid. Indien [D] hierin slaagt, zal nader worden beoordeeld of hij voldoende veterinaire zorg heeft geboden. De beslissing over de schending van de informatieplicht en andere vorderingen wordt aangehouden tot bewijslevering. De zaak wordt op 28 augustus 2024 voortgezet met bewijslevering en getuigenverhoor.
Uitkomst: De rechtbank staat bewijslevering toe over het ontwormingsbeleid en houdt verdere beslissing aan tot bewijs is geleverd.