ECLI:NL:RBNNE:2024:3103
Rechtbank Noord-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter wegens vermeende vooringenomenheid afgewezen
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. C.J.R. de Locht, rechter in de civiele procedure, vanwege vermeende vooringenomenheid en onjuiste inschatting van de beroepstermijn tijdens een zitting op 26 juni 2024. Verzoeker vond dat de rechter smalend was, suggestieve vragen stelde en slecht voorbereid was, wat leidde tot een gebrek aan vertrouwen in een eerlijk proces.
De rechter weerlegde het verzoek en stelde dat de zaak inhoudelijk werd behandeld ondanks een aanvankelijke verkeerde inschatting van de beroepstermijn. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend maar dat de vermeende gedragingen onvoldoende waren om vooringenomenheid aan te nemen. De rechter had de leiding over de zitting en mocht vragen beperken, en het terugsturen van een na zitting ingestuurde e-mail was procedureel correct.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en verklaarde het wrakingsverzoek ongegrond. De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand van het moment van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is ongegrond verklaard en de hoofdzaak wordt voortgezet.