ECLI:NL:RBNNE:2024:3075
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- L.E.A. Jonkers - Vellinga
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugvordering WIA-uitkering door UWV
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de definitieve vaststelling en herziening van zijn WIA-uitkering door het UWV, waarbij terugvordering van een bedrag van €3.095,52 is opgelegd vanwege inkomsten als zelfstandige.
De voorzieningenrechter oordeelt dat bij financiële geschillen zoals deze niet snel sprake is van onverwijlde spoed, omdat het bedrag na afloop van de bodemprocedure alsnog kan worden teruggevorderd met wettelijke rente. Verzoeker heeft geen concrete aanwijzingen van acute financiële nood of onomkeerbare situatie aangevoerd.
Verzoeker stelde dat het recht op inzage in stukken een spoedeisend belang oplevert en verzocht om een dwangsom, maar dit werd niet gevolgd omdat de benodigde stukken reeds door de rechtbank zijn opgevraagd en toegezonden. Het ontbreken van een spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid leiden tot afwijzing van het verzoek.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af zonder zitting en zonder toekenning van proceskosten, en stelt dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en evident onrechtmatigheid.