ECLI:NL:RBNNE:2024:2837
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening ter voorkoming woningontruiming in afwachting WSNP-beslissing
Verzoekster heeft gelijktijdig met haar verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) een moratoriumverzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet (Fw) om ontruiming van haar woning te voorkomen. De rechtbank overweegt dat verzoekster reeds tweemaal een moratorium van zes maanden heeft gekregen, maar dat het minnelijk traject is mislukt door nieuwe schulden en niet voldane huur.
De rechtbank oordeelt dat een nieuw moratorium op grond van artikel 287b Fw niet toewijsbaar is, omdat de maximale termijn is bereikt en er geen intentie is om opnieuw een minnelijk traject te starten. Daarom kwalificeert het verzoek als een voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Fw Pro, bedoeld om de periode tussen het WSNP-verzoek en de beslissing te overbruggen.
De rechtbank stelt vast dat sprake is van een spoedeisende situatie gezien de aangekondigde ontruiming per 25 juli 2024. Bij belangenafweging weegt het belang van verzoekster om in haar woning te blijven zwaarder dan het belang van de verhuurder om het vonnis uit 2019 uit te voeren, mede omdat verzoekster voldoende inkomsten heeft om de huur te voldoen en toelating tot de WSNP niet onaannemelijk is.
De voorziening wordt daarom toegewezen voor de duur van één maand, onder de voorwaarde dat de huurtermijnen worden voldaan en totdat over het WSNP-verzoek is beslist of het verzoek wordt ingetrokken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en biedt verzoekster bescherming tegen ontruiming in afwachting van de WSNP-beslissing.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de verhuurder tot ontruiming over te gaan voor de duur van één maand zolang de huur wordt voldaan en het WSNP-verzoek in behandeling is.