Op 19 juni 2021 ontstonden in een park te Zwolle meerdere vechtpartijen waarbij verschillende personen gewond raakten. Verdachte was aanwezig in het park, maar de rechtbank kon niet wettig en overtuigend vaststellen dat hij een significante bijdrage leverde aan het gepleegde geweld.
De officier van justitie baseerde haar vordering op fotoherkenningen door enkele getuigen en verklaringen die verdachte betrokkenheid toedichtten. De verdediging ontkende elke betrokkenheid en betoogde dat de verklaringen tegenstrijdig en onvoldoende betrouwbaar waren.
De rechtbank oordeelde dat de fotoherkenningen onvoldoende betrouwbaar waren vanwege de suggestieve wijze van confrontatie, het ontbreken van eenduidige signalementen en tegenstrijdige getuigenverklaringen. Verdachte heeft bovendien een geloofwaardige verklaring gegeven over zijn aanwezigheid en handelen die niet kon worden weerlegd.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. Tevens werden de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard, aangezien het feit niet bewezen was en de schadevorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen worden ingediend. Ook werd het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke veroordeling.