ECLI:NL:RBNNE:2024:2633
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoekster heeft op 13 april 2024 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Rechtbank Noord-Nederland. Voor het indienen van dit verzoek is griffierecht van €51,- vereist. De griffier heeft verzoekster bij aangetekende brief van 17 april 2024 in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen twee weken te betalen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het verzoek niet-ontvankelijk verklaard zou worden.
De brief is op 19 april 2024 bezorgd bij een PostNL-punt maar niet afgehaald, waardoor deze op 10 mei 2024 retour kwam bij de rechtbank. Vervolgens is de brief op 14 mei 2024 per e-mail aan verzoekster verzonden. Desondanks heeft verzoekster het griffierecht niet betaald en geen reden gegeven voor dit verzuim.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster voldoende gelegenheid heeft gehad om het griffierecht te voldoen, maar dit niet heeft gedaan en geen verontschuldiging heeft aangevoerd. Daarom is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het niet inhoudelijk beoordeeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op 3 juli 2024 door voorzieningenrechter L.E.A. Jonkers-Vellinga. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.