ECLI:NL:RBNNE:2024:2581
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toepassing schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende goed vertrouwen en falen hardheidsclausule
Op 23 november 2023 is een faillissementsrekest ingediend tegen de ondernemingen van verzoeker, die vervolgens op 24 november 2023 een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP) heeft ingediend. Verzoeker heeft een eenmanszaak met een schuldenlast van ruim €1 miljoen, grotendeels ontstaan door onvoldoende administratie en belastingaangiften, alsmede verkeersboetes.
De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 26 juni 2024, waarbij verzoeker is verschenen en gehoord. De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden, mede vanwege het jarenlang ontbreken van een deugdelijke administratie.
Daarnaast faalt het beroep op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro, omdat verzoeker onvoldoende heeft aangetoond dat de omstandigheden die hebben geleid tot de schulden onder controle zijn en dat sprake is van een bestendige gedragsverandering. De ondernemingen zijn weliswaar gestaakt, maar nog niet afgewikkeld. De rechtbank wijst het verzoek dan ook af en hervat de behandeling van het faillissementsrekest.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van goed vertrouwen en falen van het beroep op de hardheidsclausule.