ECLI:NL:RBNNE:2024:2244

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
7 juni 2024
Publicatiedatum
12 juni 2024
Zaaknummer
18-054731-24
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 33 SrArt. 33a SrArt. 36b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit grote hoeveelheid harddrugs met vormverzuim

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 7 juni 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het opzettelijk aanwezig hebben van grote hoeveelheden harddrugs, waaronder MDMA, 4-MMC en metamfetamine, in een woning en in kluizen.

Hoewel er sprake was van een vormverzuim doordat een kluis zonder voorafgaande toestemming van een officier van justitie werd geopend, oordeelde de rechtbank dat de schending van de persoonlijke levenssfeer niet ernstig genoeg was om bewijsuitsluiting toe te passen. Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend.

De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte de drugs in bezit had en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van voorarrest. De inbeslaggenomen telefoon die gebruikt is bij het plegen van het feit werd verbeurd verklaard en de drugs werden onttrokken aan het verkeer. Een andere telefoon werd teruggegeven aan verdachte.

De straf werd opgelegd mede vanwege de ernst van de feiten en eerdere veroordelingen van verdachte voor soortgelijke strafbare feiten. De rechtbank vond een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en noodzakelijk vanwege de impact van de drugshandel op de samenleving.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf voor bezit van grote hoeveelheden harddrugs.

Uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18.054731.24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 7 juni 2024 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd te [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 24 mei 2024.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P. Bonthuis, advocaat te Haskerdijken. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. B. Broerse.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in de periode van 1 december 2023 tot en met 15 februari 2024 te Leeuwarden
opzettelijk aanwezig heeft gehad in een woning aan de [adres] , 381,08 gram MDMA pillen (ongeveer 645 stuks, goednummer 1690764) en/of 385 gram MDMA pillen (ongeveer 712 stuks, goednummer 1690763) en/of 285 gram MDMA pillen (ongeveer 570 stuks, goednummer 1690770), in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal bevattende MDMA en/of
opzettelijk aanwezig heeft gehad in een door hem gebruikte kluis in de [bedrijf] gelegen aan de [adres] , 3,94 kilogram 4-MMC, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-MMC, en/of aanwezig heeft gehad in een door hem gebruikte kluis in de [bedrijf] gelegen aan de [adres] , 5,46 kilogram metamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde MDMA en/of 4-MMC en/of metamfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het tenlastegelegde. De officier van justitie constateert dat er sprake is geweest van een vormverzuim doordat de kluis bij [bedrijf] , welke op dat moment in gebruik was bij verdachte, is geopend door verbalisanten zonder een machtiging van een officier van justitie. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden volstaan met de constatering van het vormverzuim, omdat de inbreuk op de privacy bij verdachte klein is geweest.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich met betrekking tot de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De raadsman heeft aangevoerd dat er sprake van vormverzuim toen de kluis bij [bedrijf] , welke bij verdachte in gebruik was, zonder toestemming van een officier van justitie is geopend. De verdediging meent dat hiermee rekening dient te worden gehouden bij de strafmaat.
Oordeel van de rechtbank1

bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De rechtbank zal allereerst beoordelen of sprake is van het gestelde vormverzuim.
Weliswaar heeft de raadsman aangegeven dat dit verweer slechts wordt gevoerd in het kader van de strafmaat, de rechtbank bespreekt het vormverzuim bij het bewijs, omdat deze hierbij mogelijk ook van invloed kunnen zijn.
Zoals reeds door de rechter-commissaris als ook door de officier van justitie is geconstateerd, stelt ook de rechtbank vast dat verbalisanten zonder vooraf toestemming van de officier van justitie te hebben verkregen een kluis bij [bedrijf] , in gebruik bij verdachte, hebben geopend.
De omstandigheid dat een bij verdachte in gebruik zijnde kluis is geopend zonder voorafgaande toestemming is weliswaar een vormverzuim, maar nu het gaat om de inhoud van een kluis waar doorgaans alleen sportspullen in worden bewaard en een sportschool geen ruimte is waar men mag verwachten ongestoord zijn gang te kunnen gaan, acht de rechtbank de schending van de persoonlijke
levenssfeer niet zo ernstig dat bewijsuitsluiting strikt noodzakelijk is. De rechtbank volstaat met de constatering dat sprake was van een vormverzuim.
De rechtbank acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, zonder de inhoud ervan weer te geven.
Deze opgave luidt als volgt:
  • het proces-verbaal van bevindingen2;
  • de kennisgeving van inbeslagneming3;
  • het proces-verbaal verdovende middelen4;
  • de rapporten NFiDENT5;
  • de bekennende verklaring van verdachte6.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
hij in de periode van 1 december 2023 tot en met 15 februari 2024 te Leeuwarden
opzettelijk aanwezig heeft gehad in een woning aan de [adres] , 381,08 gram MDMA pillen (ongeveer 645 stuks, goednummer 1690764) en 385 gram MDMA pillen (ongeveer 712 stuks, goednummer 1690763) en 285 gram MDMA pillen (ongeveer 570 stuks, goednummer 1690770), en
opzettelijk aanwezig heeft gehad in een door hem gebruikte kluis in de [bedrijf] gelegen aan de [adres] , 3,94 kilogram 4-MMC, en
aanwezig heeft gehad in een door hem gebruikte kluis in de [bedrijf] gelegen aan de [adres] , 5,46 kilogram metamfetamine, zijnde MDMA en 4-MMC en metamfetamine telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
Opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor een gevangenisstraf voor de duur van 2,5 jaar waarvan een half jaar voorwaardelijk met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Daarnaast kan een taakstraf voor de duur van 240 uren worden opgelegd. Verder heeft de raadsman verzocht verdachte in zijn straf te compenseren wegens het vormverzuim.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het rapport van het Leger des Heils d.d. 13 mei 2024, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft een grote hoeveelheid harddrugs in zijn bezit gehad. De rechtbank neemt in aanmerking dat het een feit van algemene bekendheid is dat deze harddrugs een bedreiging vormt voor de volksgezondheid en het gebruik ervan bezwarend is voor de samenleving, onder andere vanwege de randcriminaliteit die het gebruik van verdovende middelen veelal met zich brengt en het overlastgevende gedrag waaraan verslaafden zich veelal schuldig maken. De handel in deze verdovende middelen houdt dit mede in stand en vormt dus een ernstige inbreuk op de rechtsorde. De rechtbank rekent dit verdachte aan.
De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte meermalen onherroepelijk is veroordeeld tot gevangenisstraffen van langere duur voor soortgelijke strafbare feiten.
Er wordt geen strafvermindering toegepast wegens enig vormverzuim, nu hiervoor wordt volstaan met de enkele constatering van dat verzuim.
De rechtbank is, alles afwegend, van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is omdat de aard en ernst van de feiten door een lichtere strafrechtelijke afdoening miskend zouden worden. De rechtbank is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest, passend en geboden is.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Inbeslaggenomen goederen

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ten aanzien van het beslag als volgt gevorderd.
De inbeslaggenomen telefoon Apple iPhone (goednummer: PL0100-2023231378-1690862) dient te worden verbeurd verklaard, omdat dit een goed is met betrekking tot welke het bewezen verklaarde feit is begaan..
De inbeslaggenomen drugs, zoals vermeld op de beslaglijst, dient te worden onttrokken aan het verkeer.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om teruggave van de persoonlijke telefoon van verdachte, niet zijnde de dealtelefoon. Met betrekking tot de overige inbeslaggenomen voorwerpen heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht de inbeslaggenomen telefoon Apple iPhone (goednummer: PL0100-2023231378- 1690862) vatbaar voor verbeurdverklaring, omdat verdachte met behulp hiervan het feit heeft begaan en deze toebehoort aan verdachte.
De rechtbank acht de inbeslaggenomen drugs vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu de feiten hiermee zijn begaan en zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een telefoon van het merk Samsung (goednummer : PL0100-2023231378-1690740) moet worden teruggegeven aan verdachte nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 van de Opiumwet. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen
verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Verklaart verbeurdde in beslag genomen telefoon Apple iPhone (goednummer: PL0100-2023231378- 1690862).

Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen drugs:

-Verdovende Middelen (omschrijving: 1690724)
  • Cocaïne (omschrijving: 1690733)
  • Verdovende Middelen (omschrijving: 1691600)
  • Verdovende Middelen (omschrijving: 1691606)
  • Verdovende Middelen (omschrijving: 1691616)
  • Verdovende Middelen zakje wit poeder (omschrijving: 1691618)
  • Verdovende Middelen (omschrijving: 1691619)
  • Verdovende Middelen (omschrijving: 1698901)
Gelast de teruggaveaan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven telefoon van het merk Samsung (goednummer : PL0100-2023231378-1690740).
Dit vonnis is gewezen door mr. H. de Ruijter, voorzitter, mr. M. Brinksma en mr. K. Bunk, rechters, bijgestaan door W. van Goor, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 juni 2024.
mr. K. Bunk is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
1. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpaginas, zijn dit paginas uit het dossier van politie eenheid
Noord Nederland Criminaliteit Interventiegroep (drugsteam) met proces-verbaalnummer 2024041700, doorgenummerd 1 tot en met 446. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal.
2 Paginas 65 e.v., 135 e.v., 179 e.v.
3 Paginas 426, 404, 406, 407, 408, 425, 426
4 Paginas 199, 204 e.v., los bijgevoegd
5 Paginas 203, 211, 212, 213, 214, 215, los bijgevoegd
6 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 24 mei 2024