De rechtbank Noord-Nederland heeft op 7 juni 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het opzettelijk aanwezig hebben van grote hoeveelheden harddrugs, waaronder MDMA, 4-MMC en metamfetamine, in een woning en in kluizen.
Hoewel er sprake was van een vormverzuim doordat een kluis zonder voorafgaande toestemming van een officier van justitie werd geopend, oordeelde de rechtbank dat de schending van de persoonlijke levenssfeer niet ernstig genoeg was om bewijsuitsluiting toe te passen. Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte de drugs in bezit had en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van voorarrest. De inbeslaggenomen telefoon die gebruikt is bij het plegen van het feit werd verbeurd verklaard en de drugs werden onttrokken aan het verkeer. Een andere telefoon werd teruggegeven aan verdachte.
De straf werd opgelegd mede vanwege de ernst van de feiten en eerdere veroordelingen van verdachte voor soortgelijke strafbare feiten. De rechtbank vond een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en noodzakelijk vanwege de impact van de drugshandel op de samenleving.