Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het verdere procesverloop
2.De nieuwe feiten
3.Het advies van de Raad
4.De standpunten
5.De verdere beoordeling
6.De beslissing
Arnhem-Leeuwarden
871
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 10 mei 2024 het verzoek van de man toegewezen om gezamenlijk gezag te verkrijgen over zijn twee minderjarige kinderen. Ondanks de slechte communicatie en verstandhouding tussen de ouders, en het feit dat de kinderen nu al klem zitten tussen hen, acht de rechtbank het functioneel om de man een gelijkwaardige rol te geven om het patroon van ouderonthechting te doorbreken.
De zaak werd gelijktijdig behandeld met een jeugdzaak waarin een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de kinderen was bevolen. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde om beslissingen over gezag en omgang aan te houden tot gespecialiseerde hulpverlening was ingezet, gezien de emotionele belasting voor de kinderen. De gecertificeerde instelling (GI) stelde dat de man mede met het gezag moet worden belast en dat de regie over contactherstel bij hen moet liggen.
De rechtbank concludeerde dat gezamenlijk gezag geen onaanvaardbaar risico inhoudt en dat het toewijzen van gezag een positief signaal afgeeft aan de kinderen over de gelijkwaardigheid van hun ouders. De regie over het contactherstel wordt aan de GI gegeven, waarbij gespecialiseerde hulpverlening en een neutrale setting centraal staan. Een zorgregeling wordt op dit moment niet vastgesteld vanwege de emotionele weerstand van de kinderen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte is afgewezen. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Verzoek man om gezamenlijk gezag wordt toegewezen en regie over contactherstel wordt aan gecertificeerde instelling gegeven.