Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 mei 2024 in de zaak tussen
[naam 1] , uit [woonplaats] , eiseres
[naam 2]uit [woonplaats] (derde-partij)
Rechtbank Noord-Nederland
Eiseres verzocht de gemeente Hoogeveen om handhaving tegen de bedrijfsmatige activiteiten van derde-partij op diens woonadres. De gemeente kende aanvankelijk het handhavingsverzoek toe en legde een last onder dwangsom op aan derde-partij, welke later werd ingetrokken. Vervolgens trok de gemeente het handhavingsbesluit jegens eiseres in, waarna zij bezwaar maakte. De gemeente handhaafde het intrekkingsbesluit, stellende dat het besluit aan derde-partij onherroepelijk was geworden omdat daartegen geen rechtsmiddelen waren ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente onterecht niet inhoudelijk is ingegaan op de bezwaargronden van eiseres. De gemeente had niet mogen volstaan met het verwijzen naar het onherroepelijke besluit jegens derde-partij, omdat partijen niet worden geacht rechtsmiddelen in te stellen tegen besluiten die niet aan hen zijn gericht. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit.
De rechtbank draagt de gemeente op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin zij de bezwaargronden van eiseres inhoudelijk beoordeelt, met name ten aanzien van de bepalingen uit het bestemmingsplan De Weide 2016 over de aard, omvang, uitstraling en meldingsplicht van de activiteiten. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de gemeente moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen met inhoudelijke beoordeling van de bezwaargronden.