De zaak betreft een geschil tussen eiser, woonachtig in Duitsland, en gedaagde, woonachtig in Nederland, over een incident in een studentenwoning te Groningen. Eiser vordert een verklaring voor recht dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door zonder toestemming zijn kamer te betreden en hem te mishandelen, met een schadevergoeding van €1.000.
Gedaagde betwist de mishandeling en stelt dat hij slechts handelde als betrokken bij de verhuur namens zijn moeder. De kantonrechter oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld of dat hij schade heeft geleden. De stellingen van eiser zijn niet ondersteund door bewijs, getuigenverklaringen ontbreken en de foto’s zijn onvoldoende om mishandeling aan te tonen.
De kantonrechter wijst de vordering van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten. De vordering van gedaagde tot betredingsverbod is ingetrokken, maar hij wordt wel in zijn proceskosten veroordeeld. De proceskostenveroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.