Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling
5.Beslissing
Arnhem-Leeuwarden.
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 17 april 2024 uitspraak gedaan in een zaak over de wijziging van onderhoudsbijdragen voor twee kinderen uit een eerder echtscheidingsconvenant van 2015. De vrouw verzocht om betaling van achterstallige alimentatie en verhoging van de onderhoudsbijdragen, terwijl de man een verlaging vorderde. Tijdens de zitting sloten partijen een vaststellingsovereenkomst over de achterstallige alimentatie, waardoor dit onderdeel van het geschil werd beëindigd.
De rechtbank beoordeelde vervolgens of er sprake was van rechtens relevante wijzigingen die een aanpassing van de onderhoudsbijdragen rechtvaardigen. De zorgregeling werd sinds twee jaar niet nageleefd en er was geen omgang tussen de man en de kinderen. Ook was het inkomen van de vrouw gestegen. De rechtbank herrekende de onderhoudsbijdragen op basis van de behoefte van de kinderen en de draagkracht van de ouders, waarbij rekening werd gehouden met wettelijke indexatie en eigen inkomsten van de jongmeerderjarige.
De rechtbank stelde vast dat de behoefte van de jongmeerderjarige niet substantieel was veranderd ondanks haar leeftijd en onderwijs aan de Vavo. Haar eigen inkomsten werden deels in mindering gebracht. De draagkracht van beide ouders werd berekend volgens de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatienormen. De man werd verplicht om vanaf 1 december 2023 €306 per maand te betalen voor de minderjarige en €270 voor de jongmeerderjarige, met wettelijke indexatie vanaf 1 januari 2025. Het verzoek tot verdere wijziging werd afgewezen.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 december 2023 respectievelijk €306 en €270 per maand betalen als onderhoudsbijdrage voor de minderjarige en jongmeerderjarige kinderen.