ECLI:NL:RBNNE:2024:1450
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen erkenning en tenuitvoerlegging Belgische confiscatiebeslissing
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 3 april 2024 het beroep van een veroordeelde tegen de beslissing van de officier van justitie tot erkenning en tenuitvoerlegging van een Belgische confiscatiebeslissing van 51.000 euro, waarvan nog bijna 50.000 euro ten uitvoer moet worden gelegd.
De raadsman voerde meerdere gronden aan, waaronder vermeende dubbele bestraffing, niet-ontvankelijkheid wegens overschrijding van de wettelijke termijn en verjaring van de tenuitvoerlegging. De rechtbank oordeelde dat het beroep tijdig en juist was ingesteld en dat de termijn van 45 dagen uit de EU-Verordening 2018/1805 niet bedoeld is ter bescherming van de veroordeelde, maar ter bespoediging van de procedure tussen lidstaten.
Verder werd vastgesteld dat er een passend tijdschema was afgesproken met de Belgische autoriteiten, waardoor de termijn niet was overschreden. De stelling van verjaring werd verworpen op basis van de Belgische strafwet, die een verjaringstermijn van tien jaar kent, gestuit door een strafuitvoeringsonderzoek. De rechtbank vond geen weigeringsgronden en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van de Belgische confiscatiebeslissing wordt ongegrond verklaard.