ECLI:NL:RBNNE:2023:838
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na afwijzing opvolgende aanvraag
Eiser heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank Noord-Nederland.
Gelijktijdig met het beroep heeft eiser een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter om het bestreden besluit tijdelijk buiten werking te stellen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op 20 februari 2023 behandeld.
Op dezelfde dag heeft de rechtbank uitspraak gedaan in het hoofdberoep (zaaknummer NL22.20206). Gezien deze uitspraak acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.W.C.M. van Emmerik en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoofdberoep is beslist.