ECLI:NL:RBNNE:2023:648
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning in gemeente Westerwolde
Eiser is eigenaar van een 2-onder-1-kapwoning in de gemeente Westerwolde, waarvan de WOZ-waarde voor het jaar 2021 door verweerder is vastgesteld op €153.000 per waardepeildatum 1 januari 2020. Eiser maakte bezwaar tegen deze waardebepaling en stelde dat de waarde te hoog was, onder meer vanwege een ondoelmatig perceel en lagere referentiewoningen.
De rechtbank beoordeelde of verweerder de waarde niet te hoog had vastgesteld. Verweerder heeft aan zijn bewijslast voldaan door aan te tonen dat de waarde is gebaseerd op de economische waarde in het verkeer, conform artikel 17, tweede lid, Wet WOZ. De rechtbank oordeelde dat een relatief grote voortuin onvoldoende reden is om het perceel als ondoelmatig te bestempelen, mede omdat vergelijkbare referentiewoningen ook een grote voortuin hebben.
Verder wees de rechtbank het beroep af omdat de door eiser aangevoerde referentiewoningen geen lagere waarde onderbouwen. Eén referentiewoning werd niet door verweerder gebruikt vanwege slechte staat, en voor de ander ontbrak nadere motivering. Ook het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen, omdat de termijn nog niet was verstreken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de WOZ-waarde van €153.000 en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €153.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.