AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vaststelling schade door tekortschietend bewindvoerderschap en veroordeling tot schadevergoeding
Betrokkene heeft een verzoek ingediend tot vaststelling van de door hem geleden schade als gevolg van het door de voormalig bewindvoerder gevoerde bewind over zijn goederen en gelden. De bewindvoerder heeft erkend dat zij niet heeft voldaan aan haar verplichtingen en dat zij gelden heeft onttrokken van de beheerrekening.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat de voormalig bewindvoerder toerekenbaar tekort is geschoten in de zorg van een goed bewindvoerder, zoals bedoeld in artikel 1:444 BWPro. De schade bestaat uit onrechtmatige onttrekkingen van in totaal €11.969,99 minus terugstortingen van €3.085,54, waardoor het vastgestelde schadebedrag €8.884,45 bedraagt.
De kantonrechter veroordeelt de voormalig bewindvoerder tot betaling van dit bedrag aan betrokkene, vermeerderd met wettelijke rente vanaf heden tot de dag van voldoening. De kosten van het bewind worden niet in mindering gebracht op de schadevergoeding omdat de werkzaamheden niet correct zijn uitgevoerd.
Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2023 door kantonrechter S. van Gessel.
Uitkomst: De voormalig bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van €8.884,45 schadevergoeding aan betrokkene.
Uitspraak
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling privaatrecht
Locatie Assen
Zaaknummer : 10125815 VO VERZ 22-1434
Datum uitspraak: 20 februari 2023
Beschikking Inzake:
[betrokkene],
geboren te [plaats] op [plaats], wonende te [adres 1],
hierna ook te noemen betrokkene.
En
[voormalig bewindvoerder]over de goederen en gelden van betrokkene,
correspondentieadres [adres 2],
hierna te noemen [voormalig bewindvoerder].
Het verzoek strekt tot het vaststellen van de door betrokkene geleden schade ten gevolge van het door [voormalig bewindvoerder] gevoerde bewind.
Procesverloop
De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 30 september 2022.
Een exemplaar van het verzoekschrift is toegezonden aan de bewindvoerder. De bewindvoerder heeft niet op het verzoek gereageerd.
De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden ter zitting van
6 februari 2023. De volgende personen zijn ter zitting verschenen en gehoord;
de heer [betrokkene], betrokkene;
mevrouw [voormalig bewindvoerder], voormalig bewindvoerder van betrokkene.
Tevens zijn verschenen de moeder van betrokkene en mevrouw [naam 1], huisgenoot van [voormalig bewindvoerder].
De feiten
1.1
Bij beschikking van de kantonrechter te Emmen d.d. 13 september 2012 is een bewind ingesteld over de goederen en gelden die (zullen) toebehoren aan betrokkene voornoemd wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand, met benoeming van [naam 2] tot bewindvoerder.
1.2
Bij beschikking van 16 maart 2021 is [voormalig bewindvoerder] benoemd tot opvolgend bewindvoerder met ingang van 1 april 2021.
1.3
Bij beschikking van 13 september 2022 is het bewind met ingang van voornoemde datum opgeheven omdat de noodzaak daartoe niet meer bestaat.
Het verzoek
2.1
Betrokkene heeft aangegeven dat hem is gebleken dat [voormalig bewindvoerder] tijdens de periode dat zij zijn geld beheerde geld heeft onttrokken van zijn rekening. Het gaat om overboekingen aan [voormalig bewindvoerder] en betalingen aan derden die ten behoeve [voormalig bewindvoerder] zijn gedaan waardoor de vaste lasten van betrokkene niet meer konden worden voldaan. Betrokkene heeft een overzicht opgesteld van de betalingen die zijn gedaan van zijn rekening aan of ten behoeve van [voormalig bewindvoerder]: dit gaat in totaal om € 11.969,99. Betrokkene heeft ook gezien dat [voormalig bewindvoerder] een aantal bedragen heeft teruggestort op zijn rekening: dit gaat om totaal € 3.085,54. Tot slot heeft betrokkene nog rekening gehouden met de kosten die de bewindvoerder in rekening zou mogen brengen en heeft dit geschat op een bedrag ter hoogte van € 2.053,50. Betrokkene verzoekt derhalve een bedrag ter hoogte van € 6.830,95 aan te merken als schade.
2.2 [
voormalig bewindvoerder] geeft tijdens de mondelinge behandeling aan dat zij vanwege privé omstandigheden het bewind niet goed heeft kunnen uitvoeren. [voormalig bewindvoerder] heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat zij niet heeft voldaan aan haar verplichtingen als bewindvoerder en dat zij gelden aan de beheerrekening heeft onttrokken. [voormalig bewindvoerder] heeft excuses gemaakt aan betrokkene voor het verloop van het bewind en de hierdoor door hem geleden schade. Tot slot heeft [voormalig bewindvoerder] aangegeven dat zij het aan betrokkene verschuldigde bedrag wenst terug te betalen. [voormalig bewindvoerder] erkent de hoogte van de schade en is bovendien van mening dat betrokkene de kosten voor het bewind niet hoeft te voldoen gezien de ontstane situatie.
Motivering
3.1
In artikel 1:444 vanPro het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat een bewindvoerder jegens de rechthebbende aansprakelijk is indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder tekortschiet, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. Voorts geldt op grond van artikel 1:445 lid 5 BWPro in combinatie met artikel 1:362 BWPro dat de kantonrechter de schade kan vaststellen die de betrokkene heeft geleden door het tekortschietende bewind van de bewindvoerder en de bewindvoerder kan veroordelen die schade aan de betrokkene te vergoeden.
3.2
De kantonrechter is van oordeel dat gezien de in onderdelen 2.1 en 2.2 genoemde punten voldoende vast is komen te staan dat [voormalig bewindvoerder] te kort is geschoten in de zorg van een goed bewindvoerder, dat deze tekortkoming aan haar kan worden toegerekend en dat hierdoor schade voor betrokkene is ontstaan. De schade bestaat uit de door betrokkene genoemde diverse betalingen die zijn gedaan van de rekening van betrokkene waarvan niet is gebleken dat deze overboekingen zijn gedaan ten behoeve van betrokkene, minus de door [voormalig bewindvoerder] reeds teruggestorte bedragen. Betrokkene heeft de genoemde bedragen nader gespecificeerd aan de hand van een overzicht van deze overboekingen en terugstortingen. [voormalig bewindvoerder] heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat deze betalingen niet ten behoeve van betrokkene zijn gedaan.
De kantonrechter is met [voormalig bewindvoerder] van oordeel dat de kosten van het bewind niet in mindering kunnen worden gebracht op de vordering omdat [voormalig bewindvoerder] in feite geen (correcte) invulling heeft gegeven aan de werkzaamheden die een bewindvoerder dient te verrichten.
3.3
De kantonrechter komt daarmee tot het oordeel dat het tekortschieten in de zorg van een goed bewindvoerder aan [voormalig bewindvoerder] kan worden toegerekend en dat zij aansprakelijk is jegens betrokkene. De kantonrechter zal [voormalig bewindvoerder] daarom veroordelen tot vergoeding van de schade, vast te stellen op:
Onrechtmatige onttrekkingen : € 11.969,99
Terugstortingen door de voormalige bewindvoerder :
Totaal € 8.884,45
Voornoemd bedrag zal als schadebedrag worden vastgesteld, met veroordeling van [voormalig bewindvoerder] tot het betalen van dit schadebedrag aan betrokkene op grond van artikel 1:445 lid 5 BWPro jo artikel 1:362 BWPro.
Beslissing
De kantonrechter:
stelt vast dat [voormalig bewindvoerder] in haar taak als bewindvoerder toerekenbaar is tekortgeschoten;
stelt de schade die betrokkene hierdoor heeft geleden vast op een bedrag van € 8.884,45;
veroordeelt [voormalig bewindvoerder] tot betaling van een bedrag van € 8.884,45 aan betrokkene, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf heden tot de dag der voldoening; - verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. van Gessel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2023.