De werknemer [B] was sinds 2014 filiaalleider bij [A], een exploitant van boekwinkels, en lid van het managementteam. In november 2022 ontving het MT klachten van (oud)medewerkers over een angstcultuur en intimidatie door [B], waarna zij op non-actief werd gesteld en een extern onderzoek werd ingesteld. Het rapport concludeerde dat [B] een autoritaire en hiërarchische stijl hanteerde die de werksfeer negatief beïnvloedde, maar ook dat de werkgever onvoldoende had gestuurd en geen verbetertraject had ingezet.
[A] verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen van [B] en subsidiair wegens duurzame verstoring van de arbeidsrelatie. [B] betwistte ernstig verwijtbaar handelen en verzocht om doorbetaling van loon, transitievergoeding en een billijke vergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat [B] niet ernstig verwijtbaar had gehandeld, mede omdat zij nooit formeel op haar functioneren was aangesproken en de werkgever onvoldoende had gestuurd. Wel was sprake van een duurzaam verstoorde arbeidsrelatie, mede veroorzaakt door het handelen van [A], die te zwaar had ingegrepen zonder eerst een verbetertraject te starten.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 oktober 2023. [B] kreeg recht op de transitievergoeding en een billijke vergoeding van €50.000 bruto wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Proceskosten werden aan [B] toegewezen. Tevens werd een termijn gegeven voor intrekking van het verzoek door partijen.