Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2023:5299

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
29 december 2023
Publicatiedatum
28 december 2023
Zaaknummer
LEE 23/5494
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening carbidschieten Emmen niet-ontvankelijk verklaard

Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen een evenementenvergunning die is verleend voor carbidschieten tijdens een buurtfeest in Noordbarge, Emmen. Zij vorderen onder meer intrekking van de vergunning en permanent toezicht tijdens het carbidschieten.

De voorzieningenrechter constateert dat er geen lopende bezwaarprocedure is tegen de evenementenvergunning. Verzoekers hebben geen ontvankelijk bezwaarschrift ingediend, en het handhavingsverzoek waarop zij zich beroepen is nog niet beslist, waardoor bezwaar daartegen niet mogelijk is. Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk.

De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek daarom niet inhoudelijk en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de evenementenvergunning voor carbidschieten wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 23/5494

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 december 2023 in de zaak tussen

[namen] , verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen, verweerder

(gemachtigde: M.M. Rieff).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [naam] (vergunninghouder).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2.1.
Bij besluit van 5 december 2023 heeft verweerder aan vergunninghouder een evenementenvergunning verleend voor een buurtfeest Oud en Nieuw tijdens het carbidschieten op de hoek van de Huizebrinkweg en de Baxhoekweg in Noordbarge.
2.2.
Op 23 december 2023 hebben verzoekers bij verweerder een handhavingsverzoek ingediend inzake het carbidschieten en de evenementenvergunning op bovengenoemde locatie.
2.3.
Op 27 december 2023 hebben verzoekers aan verweerder een e-mailbericht gestuurd met daarin de volgende tekst: “Bijgaand ons bezwaarschrift omdat u niet hebt voldaan om per direct te reageren op ons handhavingsverzoek. Er is geen toestemming van de grondeigenaar voor de evenementenvergunning van Carbid Team Noordbarge en we willen een besluit over het carbidschieten”.
3. In het verzoekschrift van 28 december 2023 schrijven verzoekers het volgende: “Wij eisen dat de evenementenvergunning wordt ingetrokken en dat er tijdens het
carbidschieten sprake is van permanent toezicht”.
4.1.
De voorzieningenrechter leidt uit het verzoekschrift af dat verzoekers enerzijds vragen om schorsing, bij wijze van een voorlopige voorziening, van de evenementenvergunning en anderzijds om een voorziening gericht op stringente handhaving.
4.2.
Bij het verzoekschrift hadden verzoekers geen bezwaarschrift tegen de evenementenvergunning gevoegd. Nadat de voorzieningenrechter verzoekers hebben gevraagd alsnog een bezwaarschrift tegen de evenementenvergunning toe te sturen, hebben zij het e-mailbericht genoemd in 2.3. toegezonden. In dit bericht wordt gesproken over een bezwaar in verband met het handhavingsverzoek, maar niet over een bezwaar tegen de evenementenvergunning. De voorzieningenrechter stelt daarom vast dat er geen bezwaarprocedure loopt tegen de evenementenvergunning.
4.3.
Op het handhavingsverzoek van 23 december 2023 (2.2.) heeft verweerder nog niet beslist. Om die reden kan wat betreft de handhaving nog geen bezwaarschrift worden ingediend. Voor zover het e-mailbericht genoemd in 2.3. toch bedoeld is als een bezwaarschrift, is dit geen ontvankelijk bezwaar.
4.4.
De voorzieningenrechter constateert daarom dat er geen bezwaarprocedure loopt, althans geen procedure van een ontvankelijk bezwaar. Alleen als dat wel het geval is, kan iemand een verzoek om voorlopige voorziening doen.

Conclusie en gevolgen

5. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 december 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.