ECLI:NL:RBNNE:2023:4908

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 november 2023
Publicatiedatum
28 november 2023
Zaaknummer
LEE 23/373
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na herziening bezwaar door Belastingdienst

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 5 december 2022, waarbij haar bezwaar ongegrond werd verklaard. Tijdens de beroepsprocedure heeft de Belastingdienst het besluit herzien en het bezwaar alsnog gegrond verklaard, waarop verzoekster haar beroep introk.

De rechtbank beoordeelt het verzoek om proceskostenvergoeding dat verzoekster heeft ingediend bij intrekking van het beroep. Omdat er tijdens de bezwaarfase geen verzoek om proceskostenvergoeding is gedaan, beperkt de rechtbank haar beoordeling tot de beroepsfase.

De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst aan verzoekster is tegemoetgekomen door de herziening van het besluit en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe. Verzoekster ontvangt een vergoeding van € 837,- voor het indienen van het beroepschrift. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat de Belastingdienst verplicht is het griffierecht van € 50,- te vergoeden.

De uitspraak is gedaan door rechter A.W.C.M. van Emmerik en griffier K. Lenting op 23 november 2023, zonder dat een zitting heeft plaatsgevonden.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot betaling van € 837,- aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 23/373

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 november in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: B.A.C Volkerts),
en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: mr. A.G. Oudman).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van verweerder van 5 december 2022. Zij heeft het beroep ingetrokken, omdat verweerder op 21 juni 2023 het bestreden besluit heeft herzien.
1.1.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. In de begeleidende brief aan de rechtbank, waarbij verweerder de herziene beslissing op bezwaar aan de rechtbank heeft toegezonden, stelt verweerder dat hij zich kan vinden in een proceskostenvergoeding van één punt voor het schrijven van het beroepschrift door de gemachtigde van verzoekster. Verder stelt verweerder dat hij het griffierecht dient te vergoeden.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Verzoekster heeft tijdens de bezwaarfase niet verzocht om vergoeding van de in bezwaar gemaakte proceskosten. De beoordeling hierna over de gevraagde proceskostenveroordeling beperkt zich daarom tot de beroepsfase.
3. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
4. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is verweerder aan verzoekster tegemoetgekomen?
5. De rechtbank moet dus beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
5.1.
Met de beslissing op bezwaar van 5 december 2022 heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. Op 20 februari 2023 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen deze beslissing. Verweerder heeft op 21 juni 2023 de beslissing op bezwaar herzien en het bezwaar alsnog gegrond verklaard. Met deze herziene beslissing op bezwaar is verweerder tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet verweerder aan verzoekster vergoeden?
6. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 837,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
7. De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. [3] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 837,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, rechter, in aanwezigheid van mr. K. Lenting, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 november 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.