De zaak betreft een verzoek van het college van Midden-Drenthe om een spoedmachtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige geboren in 2008. De minderjarige woont bij zijn ouders, die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. De gedragswetenschapper heeft ingestemd met het verzoek, wat de noodzaak van onmiddellijke jeugdhulp onderstreept.
De kinderrechter toetste het verzoek aan artikel 6.1.3, tweede lid, van de Jeugdwet, dat stelt dat een spoedmachtiging alleen kan worden verleend als er sprake is van ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren, of een ernstig vermoeden daarvan. Tevens moet opname in een gesloten accommodatie noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de hulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.
Op basis van de beschikbare informatie oordeelde de kinderrechter dat aan deze wettelijke criteria is voldaan en dat het niet afwachten van een behandeling ter zitting gerechtvaardigd is vanwege het onmiddellijke en ernstige gevaar voor de minderjarige. Daarom werd de spoedmachtiging voor vier weken verleend, met een zitting gepland op 15 maart 2023 waar alle partijen worden gehoord.
De beschikking is mondeling gegeven op 6 maart 2023 en schriftelijk vastgelegd op 7 maart 2023. De zitting vindt plaats in het gerechtsgebouw te Assen. Verdere beslissingen worden genomen na deze zitting.