ECLI:NL:RBNNE:2023:4459
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van ontuchtige handelingen met minderjarige
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 2 november 2023 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige in de periode van januari 2018 tot juli 2020. Het openbaar ministerie stelde dat verdachte meermalen seksueel contact had met het slachtoffer, dat destijds tussen twaalf en zestien jaar oud was. De officier van justitie baseerde zich op de verklaring van het slachtoffer, een gedetailleerde aangifte van de moeder en digitale gegevens van het slachtoffer.
De verdediging voerde aan dat de herkenning van verdachte niet betrouwbaar was en dat er onvoldoende aanvullend bewijs was ter ondersteuning van de verklaring van het slachtoffer. De rechtbank oordeelde dat het procesdossier onvoldoende bewijs bevat om verdachte in direct verband met de ten laste gelegde feiten te brengen. De identificatie van verdachte als de persoon achter het relevante Snapchat-account was onvoldoende onderbouwd.
Daarnaast voldeed het bewijs niet aan het bewijsminimum zoals bedoeld in artikel 342 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank concludeerde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen was en sprak verdachte vrij. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen met een minderjarige.