Uitspraak
Tenlastelegging
- gemeen gevaar voor de toegangsdeur van die woning en/of de brievenbus en/of een tochtafsluiteren/of het laminaat in de hal van die woning en/of de wanden van die hal en/of de aldaar aanwezige trap en/of de inventaris van de hal van die woning en/of de toegangsdeur tot de woonkamer en/of (de rest van) die woning, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of
- levensgevaar voor [slachtoffer 1] (die zich (deels) in de hal van die woning bevond), in elk gevallevensgevaar voor een ander of anderen en/of- gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor [slachtoffer
in de zaak met parketnummer 18.246238.21 dat:
Beoordeling van het bewijs
- De winkeldiefstal bij de [bedrijf 2] in [plaatsnaam 2] op 26 november 2020 in [plaatsnaam 2] .
- De winkeldiefstal bij de [bedrijf 2] in [plaatsnaam 3] op 7 maart 2021.
- De winkeldiefstal bij de [bedrijf 3] in Leeuwarden op donderdag 25 februari 2021. A. Van de [bedrijf 3] weet ik niks meer van. De rest....ja helaas.
Bewezenverklaring
in de zaak met parketnummer 18.246238.21 dat:
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partijen
- Schade als gevolg van de ontploffing: € 3.898,97
- Videocamera: € 110,94
- Rolgordijn: € 458,33
- Lamp: € 134,95
- Reiskosten: € 21,84
- Eigen risico psychologische zorg € 254,08
- Medicatie € 74,19
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 2 jaar, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
- ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen vaneen of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van hetWetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
- het bedrag van € 2.350,11 (zegge: tweeduizend driehonderdvijftig euro en elf eurocent);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 mei 2019 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.