De huurder [X] huurde sinds 2002 een winkelruimte van verhuurder Eris. De huurpenningen waren verpand aan Propertize, de pandhouder. Vanaf het vierde kwartaal 2017 tot het einde van de huurovereenkomst betaalde [X] meer huur dan verschuldigd. De discussie betrof de omvang van het onverschuldigd betaalde bedrag en aan wie dit teruggevorderd kon worden.
Partijen verschillen over de berekening van het teveel betaalde bedrag, waarbij onder meer discussie bestond over de toepassing van huurprijsindexering. De kantonrechter oordeelde dat op basis van correspondentie tussen partijen was komen vast te staan dat voor 2018 geen indexering van toepassing was. De onverschuldigde betaling werd vastgesteld op €5.688,02 inclusief BTW.
Verder werd geoordeeld dat betaling aan de pandhouder Propertize ook geldt als betaling aan de pandgever Eris, en dat de huurder zich daarom tot Eris moet richten voor terugvordering. De vordering van [X] werd toegewezen tot een bedrag van €3.034,54 vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Eris werd veroordeeld in de proceskosten.