Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verzoeker],
Procesverloop
Beoordeling
Beslissing
- kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 7.382,55
- wijst het meer of anders verzochte af.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker is op 17 mei 2022 onherroepelijk vrijgesproken door de politierechter in een strafzaak. Vervolgens heeft hij op 18 mei 2022 een verzoek ingediend tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand en de kosten voor het indienen van dit verzoek.
De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 18 januari 2023, waarbij de advocaat van verzoeker en de officier van justitie hun standpunten hebben toegelicht. Verzoeker was niet aanwezig. De officier van justitie stelde voor de kosten te matigen vanwege de proceshouding van verzoeker, die steeds zijn zwijgrecht gebruikte en daarmee de verdenking en kosten zou hebben doen voortduren.
De rechtbank verwierp dit standpunt en verwees naar de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin is bepaald dat het uitoefenen van het zwijgrecht geen grond is om vergoeding van advocaatkosten te weigeren of te matigen. Er was geen sprake van opzettelijke belemmering of onnodige vertraging van de rechtsgang.
De rechtbank kende daarom de gevorderde kosten van rechtsbijstand toe, inclusief een forfaitaire vergoeding voor reiskosten en een vergoeding voor de kosten van het verzoek en de zitting. De totale vergoeding bedroeg € 7.382,55, toe te rekenen aan de Staat.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een schadevergoeding van € 7.382,55 voor advocaatkosten en proceskosten toegekend na zijn vrijspraak.