ECLI:NL:RBNNE:2023:401
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte van verkrachting wegens ontbreken overtuigend bewijs van opzet en dwang
Op 27 december 2020 had verdachte seksuele handelingen met het slachtoffer, waaronder vaginale seks en een poging tot anale seks. Het slachtoffer klaagde over verkrachting omdat verdachte haar penis met kracht in haar anus zou hebben gebracht tegen haar wil.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 24 maanden wegens verkrachting, stellende dat verdachte voorwaardelijk opzet had en dwang gebruikte. De verdediging voerde aan dat de handeling per ongeluk was, dat er wisselende verklaringen van het slachtoffer waren en dat er sprake was van wederzijdse instemming bij eerdere handelingen. Ook werd betoogd dat het geweldscriterium niet was voldaan en dat opzet ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat verdachte direct stopte toen hij merkte dat hij verkeerd zat, dat hij zich verontschuldigde en dat het bewijs niet overtuigend was voor opzet en dwang. De wisselende verklaringen van het slachtoffer en de verklaringen van verdachte en getuige ondersteunden het ontbreken van opzet. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.
Deze uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Nederland op 7 februari 2023 na een terechtzitting op 24 januari 2023.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting wegens ontbreken van overtuigend bewijs van opzet en dwang.