ECLI:NL:RBNNE:2023:3447
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onvoldoende motivering na wetswijziging covid-19
Eisers, exploitanten van een bedrijf dat recreatieve strandritten aanbiedt, kregen een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van covid-19 maatregelen, specifiek het organiseren van evenementen tijdens lockdown. De last werd gebaseerd op overtreding van artikel 58i van de Wet publieke gezondheid in samenhang met artikel 5.1 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19.
Eisers voerden aan dat hun strandritten geen evenementen waren, maar ander bedrijfsmatig personenvervoer, en dat het besluit onzorgvuldig en onjuist was gemotiveerd. De rechtbank oordeelde dat het strandritten met recreatief karakter waren en dus als evenementen kwalificeerden, en dat de last terecht was opgelegd ten tijde van het primaire besluit.
Na wijziging van artikel 5.1 van de Tijdelijke regeling, waardoor evenementen onder voorwaarden weer waren toegestaan, had verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom de last onder dwangsom gehandhaafd bleef. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit voor zover het niet gemotiveerd was. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering na wetswijziging en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.