Uitspraak
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
meer subsidiairfeitelijke aanranding van de eerbaarheid.
Strafmotivering
Benadeelde partij
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.
twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen vaneen of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van hetWetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
een taakstraf voor de duur van 120 uren.
[slachtoffer]toe en veroordeelt verdachte om aan
[slachtoffer]te betalen:
- het bedrag € 2.189,22 (zegge: tweeduizend honderdnegenentachtig euro en tweeëntwintigeurocent);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 december 2021 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Wijst de vordering van benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige af.
[slachtoffer]aan de Staat te betalen een bedrag van € 2.189,22 (zegge: tweeduizend honderdnegenentachtig euro en tweeëntwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 december 2021 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit € 189,22 aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade.