ECLI:NL:RBNNE:2023:3367
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Studenten onterecht uitgesloten van eenmalige energietoeslag wegens discriminatieverbod
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen wees de aanvraag van een student voor de eenmalige energietoeslag af omdat hij student was en recht had op studiefinanciering. De student stelde dat deze uitsluiting onterecht was en in strijd met het discriminatieverbod en gelijkheidsbeginsel. De rechtbank behandelde het beroep en onderzocht de beleidsregels van het college die studenten categorisch uitsluiten.
De rechtbank erkende dat het college legitieme doelen nastreeft, zoals het beperken van overcompensatie en het snel verstrekken van de toeslag aan minima. Echter, het college sloot studenten in hun geheel uit, terwijl een aanzienlijk deel van de studentenpopulatie zich in vergelijkbare financiële en woonsituaties bevindt als niet-studenten die wel toeslag ontvangen. Dit onderscheid voldoet niet aan het proportionaliteitsvereiste.
De rechtbank stelde vast dat het college onvoldoende onderbouwde waarom studenten die zelfstandig wonen in meerkamerwoningen of HAT-eenheden niet in aanmerking zouden komen, terwijl ook andere minima in vergelijkbare woonsituaties wel toeslag ontvangen. Ook het argument dat studenten minder te maken zouden hebben met stijgende energiekosten werd niet overtuigend onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het college binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan de eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het college moet een nieuw besluit nemen waarin de student niet langer onterecht wordt uitgesloten van de energietoeslag.