Uitspraak
,
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, waarvan de moeder het ouderlijk gezag uitoefent. De kinderen verblijven in een gezinshuis en er is een ondertoezichtstelling verlengd tot februari 2024.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat de moeder analfabeet is in haar eigen taal en in het Nederlands, en functioneert op een beneden gemiddeld intelligentieniveau. Zij leek niet te begrijpen welk verzoek aan de kinderrechter was voorgelegd en welke gevolgen dit had. Hierdoor werden haar rechten onvoldoende beschermd omdat zij zonder rechtsbijstand in persoon procedeerde.
De kinderrechter achtte het noodzakelijk dat de moeder wordt bijgestaan door een advocaat om haar belangen adequaat te behartigen. Hoewel een wettelijke grondslag ontbrak, anticipeerde de rechter op een aanstaande pilot rechtsbescherming en baseerde de toevoeging mede op artikel 6 EVRM Pro vanwege het recht op een eerlijk proces en het belang van het familie- en gezinsleven.
De advocaat mr. M.J. Buitenhuis verklaarde zich bereid de moeder bij te staan. De rechtbank bepaalde dat de zaak op 6 juli 2023 zou worden behandeld en dat de advocaat de moeder met behulp van een tolk zou voorbereiden en bijstaan tijdens de zitting. De beschikking werd op 15 juni 2023 uitgesproken door kinderrechter J. Teertstra.
Uitkomst: Ambtshalve toevoeging van een advocaat aan de analfabete moeder ter bescherming van haar procesbelangen bij het machtigingsverzoek tot uithuisplaatsing.