ECLI:NL:RBNNE:2023:2733

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
9 juni 2023
Publicatiedatum
5 juli 2023
Zaaknummer
189174
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377g BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek minderjarige tot wijziging hoofdverblijfplaats niet-ontvankelijk verklaard

De rechtbank Noord-Nederland ontving op 10 mei 2023 een brief van een minderjarige die verzocht om bij haar moeder te mogen wonen en hierover met de kinderrechter in gesprek te gaan. De rechtbank informeerde de voogd over dit verzoek en onderzocht de juridische mogelijkheden.

De rechtbank stelde vast dat het verzoek van de minderjarige niet valt onder de onderwerpen waarop een kind zelfstandig een beslissing van de kinderrechter kan vragen, zoals bepaald in artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek. Bovendien heeft de moeder geen gezag meer over de minderjarige; dit is overgedragen aan een voogd.

Daarom verklaarde de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk en besloot zij geen gesprek met de minderjarige aan te gaan om onnodige hoop en onrust te voorkomen. De minderjarige werd geadviseerd haar wens aan de voogd kenbaar te maken. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden.

Uitkomst: Het verzoek van de minderjarige tot wijziging van haar hoofdverblijfplaats wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaak-/rekestnummer: C/17/189174 / FA RK 23-828
beschikking van de enkelvoudige kamer met betrekking tot de informele rechtsingang d.d. 9 juni 2023
naar aanleiding van de brief die gestuurd is door de minderjarige:
[de minderjarige]wonende te [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid,
gevestigd te Leeuwarden,
hierna te noemen de voogd,
[de pleegouders],
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen de pleegouders.

1.De beoordeling

1.1.
De rechtbank heeft op 10 mei 2023 een brief ontvangen van [de minderjarige] . Op 16 mei 2023 heeft de rechtbank de voogd telefonisch geïnformeerd dat [de minderjarige] een brief heeft geschreven aan de kinderrechter.
1.2.
Kort samengevat heeft [de minderjarige] in haar brief geschreven dat zij graag bij haar moeder wil wonen en dat zij daarover met de kinderrechter in gesprek wil. [de minderjarige] schrijft dat ze weet dat haar moeder hierover al een rechtszaak heeft gevoerd en dat het verzoek van haar moeder toen is afgewezen. De rechtbank heeft inderdaad op 15 april 2022 de verzoeken van de moeder afgewezen.
1.3.
De rechtbank zal zich in deze beschikking richten tot [de minderjarige] en haar uitleggen waarom zij haar niet kan helpen en niet met [de minderjarige] in gesprek gaat.
Beste [de minderjarige] ,
Jij hebt mij geschreven dat jij graag bij jouw moeder (en zusje) wilt wonen en dat jij hierover graag gehoord wil worden. Ik kan je niet helpen, omdat de wet dat niet mogelijk maakt. De wet geeft aan dat een kind in sommige situaties de kinderrechter kan vragen een beslissing te nemen. Dit staat in artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek. De vraag die jij mij stelt, is niet een van de onderwerpen waarop kinderen de rechtbank een beslissing kunnen vragen. Dat betekent in lastige woorden dat ik jouw verzoek niet-ontvankelijk moet verklaren. Daarmee bedoel ik dat ik niks voor je kan doen en dat hiermee deze zaak wordt afgesloten. Omdat ik niks voor je kan doen, heb ik besloten je niet uit te nodigen voor een gesprek. Ik wil voorkomen dat je de hoop krijgt dat ik jouw wens kan vervullen. Ook vind ik meer onrust niet goed voor jou.
Ik heb gezien dat jouw moeder geen gezag meer over jou heeft en dat er een voogd betrokken is bij jou. Dat betekent dat jouw voogd, in plaats van jouw moeder, beslissingen over jou neemt. Omdat jouw voogd beslissingen over jou neemt, kan je wel de voogd over jouw wens vertellen.

2.De beslissing

De rechtbank:
2.1.
verklaart het verzoek van [de minderjarige] niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Teertstra, kinderrechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak.
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden.
fn: 704