ECLI:NL:RBNNE:2023:2696
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- M.A.A. van Capelle
- O.J. Bosker
- H. Supèr
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij medeplegen hennep
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 7 juli 2023 een vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een veroordeelde die was veroordeeld voor medeplegen van het bezit van hennep en hennepplanten.
De officier van justitie vorderde een bedrag van ruim € 334.000,- gebaseerd op een rapport dat het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de hennepkwekerij berekende. De verdediging voerde aan dat de vordering moest worden afgewezen vanwege een bepleite vrijspraak en betwistte het aantal oogsten en planten waarop het rapport was gebaseerd.
De rechtbank oordeelde dat de ontnemingsvordering niet ziet op het bewezen verklaarde medeplegen van het bezit van hennep, maar op het vermeende voordeel uit de hennepkwekerij geëxploiteerd door de medeveroordeelde partner. Omdat de medeveroordeelde was vrijgesproken van stroomdiefstal in de relevante periode en onvoldoende bewijs bestond dat de kwekerij eerder actief was, kon niet worden vastgesteld dat de veroordeelde voordeel had genoten uit eerdere oogsten.
Daarom was onvoldoende aannemelijk dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel had verkregen en werd de ontnemingsvordering afgewezen. De rechtbank baseerde zich op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en wees de vordering van het Openbaar Ministerie af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende bewijs van voordeel voor veroordeelde.