Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
1
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 24 januari 2023 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van seksueel misbruik van zijn minderjarig stiefkind in de periode van 2015 tot 2021. Het openbaar ministerie had geen wettig bewijs kunnen leveren om de tenlastelegging te staven.
De verklaringen van het slachtoffer vormden het belangrijkste bewijsmiddel, maar de rechtbank oordeelde dat deze onvoldoende werden ondersteund door ander bewijs. De getuigenverklaringen bleken slechts een herhaling van de verklaringen van het slachtoffer zonder onafhankelijke bevestiging.
De rechtbank overwoog dat in zedenzaken bewijs vaak beperkt is tot verklaringen van slachtoffer en verdachte, maar dat volgens artikel 342 lid 2 Sv Pro meer steunbewijs vereist is. Het dossier en de ter zitting verhandelde stukken boden geen aanvullend bewijs dat het tenlastegelegde overtuigend ondersteunt.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Tevens werd de vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor de gevorderde schade.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer, bestaande uit drie rechters, en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig bewijs voor seksueel misbruik van minderjarig stiefkind.