Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2023:2605

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
22 juni 2023
Publicatiedatum
28 juni 2023
Zaaknummer
18-044673-22
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte woningoverval wegens onvoldoende bewijs

Op 9 november 2018 vond een woningoverval plaats in een woning te Oldambt waarbij onder meer geweld en bedreiging werden gebruikt om geld te verkrijgen. Verdachte werd ervan verdacht hierbij betrokken te zijn, mede door het aantreffen van zijn DNA op een bivakmuts nabij de plaats delict en camerabeelden waarop mogelijk hij te zien zou zijn.

Tijdens de terechtzitting op 8 juni 2023 heeft de rechtbank het bewijs onderzocht. De DNA-sporen op de bivakmuts konden niet met zekerheid aan de overval worden gekoppeld, mede omdat aangever in zijn aangifte terugkwam op de beschrijving van de bivakmuts. Verdachte stelde een alternatief scenario voor waarbij de muts bewust was geplaatst om hem te belasten. Daarnaast bracht een alibi van de zus van verdachte twijfel over zijn aanwezigheid op de plaats en tijd van de overval.

De herkenning van verdachte op camerabeelden door een medeverdachte was onzeker en de kwaliteit van de beelden onvoldoende om dit als overtuigend bewijs te beschouwen. Gelet op deze omstandigheden achtte de rechtbank het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij.

De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd voor materiële en immateriële schade, maar deze vordering werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de feiten niet bewezen zijn. De rechtbank bepaalde dat deze vordering bij de burgerlijke rechter moet worden aangebracht en dat partijen hun eigen kosten dragen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht Locatie Groningen
parketnummer 18.044673.22

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 8 juni 2023.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.R.P. Ossentjuk, advocaat te Groningen.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T. Pitstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 9 november 2018 te [dorp] , in de gemeente Oldambt omstreeks 23:41 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een hoeveelheid kleingeld (uit een kassalade) en/of een hoeveelheid oud Duits kleingeld (uit een kluis), althans een (aantal) geldbedrag(en), in elk geval enig goed, heeft weggenomen dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
  • door de woning en/of (vervolgens) de slaapkamer van die [slachtoffer] binnen tedringen en/of
  • met een zaklamp in de ogen van die [slachtoffer] te schijnen (terwijl die [slachtoffer]
in zijn bed lag) en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer] te schreeuwen: “: “Geld geld, of anders maken we je dood. Ik weet dat je geld hebt.” althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of
  • een mes aan voornoemde [slachtoffer] te tonen en/of zichtbaar voor die [slachtoffer] voorhanden te hebben en/of
  • tegen die [slachtoffer] te zeggen: “je hebt meer geld, je hebt meer geld” althans
woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens) tegen het lichaam van die [slachtoffer] te duwen, waardoor deze [slachtoffer] achterover is gevallen en/of
- tegen die [slachtoffer] te zeggen: “Opendoen, opendoen de kluis” en/of (daarbij) die
[slachtoffer] bij de arm te pakken en/of
- die [slachtoffer] op te sluiten in zijn slaapkamer;
2.
hij op of omstreeks 9 november 2018 te [dorp] , in de gemeente Oldambt, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geld/koektrommel met een geldbedrag van ongeveer 300 a 350 euro in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), door:
  • de woning en/of (vervolgens) de slaapkamer van die [slachtoffer] binnen te dringenen/of
  • met een zaklamp in de ogen van die [slachtoffer] te schijnen (terwijl die [slachtoffer]
in zijn bed lag) en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer] van de woorden te schreeuwen: “geld geld, ik weet dat je geld hebt” althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of
- een mes aan voornoemde [slachtoffer] te tonen en/of zichtbaar voor die [slachtoffer] voorhanden te hebben.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank is van oordeel dat de aangifte onvoldoende wordt ondersteund door de andere bewijsmiddelen in het dossier.
Weliswaar is het DNA-profiel van verdachte aangetroffen op de bivakmuts die kort na de overval is gevonden in de buurt van de woning van aangever, echter kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de muts aan de overval moet worden gerelateerd. Aangever heeft namelijk in het eerste contact met de politie verklaard dat de overvallers een bivakmuts droegen maar in de aangifte is hij hierop terug gekomen. Daarnaast kan het door verdachte geschetste alternatieve scenario - dat de bivakmuts een door verdachte gebruikte motormuts is die bewust op het fietspad is gelegd om hem te belasten - niet worden uitgesloten op grond van het dossier.
Verder heeft de zus van verdachte bij de rechter-commissaris verklaard dat verdachte bij haar was in de nacht van 9 november op 10 november 2018. De rechtbank is van oordeel dat de inhoud van het dossier dit alibi, dat de rechtbank niet op voorhand onaannemelijk voorkomt, niet weerlegt.
Tot slot heeft de rechtbank vraagtekens bij de herkenning van verdachte op de camerabeelden van [bedrijf] door [medeverdachte] . Hoewel zij bij de politie verdachte zeker meent te herkennen op de camerabeelden, weet ze het bij de rechter-commissaris niet 100 procent zeker. Daar komt bij dat de kwaliteit van de beelden naar het oordeel van de rechtbank dusdanig matig is, dat een herkenning zoals [medeverdachte] die beschrijft, niet zonder meer waarschijnlijk lijkt.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 en 2 ten laste gelegde zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 700,- ter vergoeding van materiële schade en € 85.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft aangevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in zijn vordering nu verdachte moet worden vrijgesproken.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht de feiten niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 en 2 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J.V. Nolta, voorzitter, mr. H.R. Bracht en mr. W. de Weijer, rechters, bijgestaan door mr. A.C. Fennema-Smit, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 juni 2023.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.