Op 9 november 2018 vond een woningoverval plaats waarbij onder meer kleingeld en oud Duits kleingeld werden weggenomen onder bedreiging en geweld. Verdachte werd beschuldigd van deelname aan deze overval en het dwingen van het slachtoffer tot afgifte van geld.
De officier van justitie baseerde haar vordering op camerabeelden, herkenning door getuigen, telefoonlocatiegegevens en verklaringen over de plannen van de overval. De verdediging betoogde dat verdachte onschuldig is en dat meerdere personen gebruik maakten van de telefoon die aan verdachte werd toegeschreven.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte wettig en overtuigend te veroordelen. De camerabeelden waren onduidelijk en de verklaringen van getuigen onvoldoende betrouwbaar. Ook kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat verdachte de persoon was die zich met de telefoon nabij de plaats delict bevond.
De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd voor materiële en immateriële schade. De rechtbank verklaarde deze vordering niet-ontvankelijk omdat de feiten waarop de schadevordering was gebaseerd niet bewezen waren. De vordering kan alleen bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen en bepaalde dat beide partijen hun eigen kosten dragen.