Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feit 1 en 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor het opleggen van een andere straf dan een gevangenisstraf.
Verdachte heeft vanaf juni 2022 een baan en een gevangenisstraf zou zijn baan op het spel zetten. Daarnaast wijkt de officier van justitie erg af van de oriëntatiepunten van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het uittreksel uit de justitiële documentatie, het rapport van de reclassering d.d. 9 maart 2023, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van hennep in vereniging met anderen. Hiermee heeft hij schade toegebracht aan de maatschappij. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat softdrugs schadelijk zijn voor de volksgezondheid en dat de teelt van en de handel in hennep criminaliteit en overlast met zich brengen. Verdachte wilde met de opbrengsten van de hennepkwekerij zijn financiële problemen oplossen. Door op deze wijze te handelen heeft hij zijn eigen financiële gewin boven de belangen gesteld die door strafbaarstelling van hennepteelt worden gediend. Ten behoeve van de hennepteelt heeft verdachte ook samen met anderen illegaal stroom afgetapt, hetgeen de energieleverancier benadeelt en in het algemeen een brandgevaarlijke situatie oplevert.
De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het telen van hennep, hetgeen de rechtbank als strafverzwarend heeft meegewogen.
Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport van 9 maart 2023. De reclassering acht het recidiverisico hoog en acht diverse interventies noodzakelijk om stabiliteit te creëren in het leven van verdachte en het recidiverisico in te perken. De reclassering adviseert daarom een (deels) voorwaardelijke straf met diverse bijzondere voorwaarden, zoals een meldplicht, een behandelverplichting, de verplichting om mee te werken aan begeleid wonen, en het verplicht meewerken aan middelencontroles en schuldhulpverlening.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, passend en geboden. Aan het voorwaardelijk strafdeel zal de rechtbank de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden, een en ander zoals vermeld in het dictum.