Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Feiten
3.Verzoek
4.Beoordeling
5.Beslissing
uiterlijk op 14 september 2023te rapporteren en te adviseren, althans te berichten over de voortgang van het onderzoek;
Rechtbank Noord-Nederland
De man verzoekt de rechtbank om gezamenlijk ouderlijk gezag over zijn minderjarige kind toe te wijzen, terwijl de vrouw het verzoek betwist. De minderjarige heeft zijn hoofdverblijfplaats in Nederland en bezit samen met beide ouders de Hongaarse nationaliteit, waardoor de zaak een internationaal karakter heeft.
De rechtbank stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van Brussel II-ter en dat Nederlands recht van toepassing is volgens het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. De rechtbank verwerpt de stelling dat gezamenlijk gezag volgens Hongaars recht reeds bestaat, omdat de minderjarige nooit in Hongarije heeft gewoond.
De communicatie tussen ouders verloopt moeizaam, mede door eerdere huiselijk geweld en een contactverbod. De Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde Instelling merken op dat verbetering van communicatie in het belang van het kind is, maar dat er onzekerheid bestaat over de draagkracht van de vrouw.
De rechtbank acht zich onvoldoende geïnformeerd om een beslissing te nemen en verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek in te stellen en advies uit te brengen over de gezagssituatie. De beslissing wordt aangehouden totdat het rapport beschikbaar is.
Uitkomst: De beslissing over het gezamenlijk gezag wordt aangehouden voor nader onderzoek en advies van de Raad voor de Kinderbescherming.