Op 25 april 2023 diende verzoeker een schriftelijk wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele zaak, alsmede tegen de griffier, officier van justitie, rechtbank en gehele rechtspraak. Verzoeker stelde dat deze functionarissen niet tekeningsbevoegd zijn en dat niemand jurisdictie heeft over het levende wezen.
De rechter liet weten niet in de wraking te berusten. De wrakingskamer oordeelde dat wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter kunnen aantasten. Verzoeker bracht geen enkele gemotiveerde grond aan die wijst op vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigd vermoeden daarvan.
Daarnaast is wraking uitsluitend mogelijk tegen rechters die een zaak behandelen, niet tegen griffier, officier van justitie, rechtbank of gehele rechtspraak. Daarom verklaarde de wrakingskamer het verzoek niet-ontvankelijk en bepaalde dat de procedure in de onderliggende zaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.