Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 januari 2023 in de zaak tussen
[verzoeker] , h.o.d.n. [handelsnaam 1] en [handelsnaam 2] , uit [plaats] , verzoeker
de burgemeester van Oldambt, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Beslissing
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Hoofdstuk 1 Inleiding
Hoofdstuk 2De context van het drugsbeleid
Hoofdstuk 3Het gemeentelijk drugsbeleid[…]
Hoofdstuk 4Artikel 13b Opiumwet: “wet Damocles”
- De preventie en beheersing van de uit het drugsgebruik voorvloeiende [sic] risico’s voor de volksgezondheid;
- Het voorkomen van nadelige effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden.
- de hoeveelheid aangetroffen middelen als bedoeld in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet (dit zal in ieder geval een als handelshoeveelheid aan te merken hoeveelheid moeten zijn);
- mate van professionaliteit of georganiseerdheid (thuisteler versus georganiseerd bedrijfsmatig/crimineel netwerk);
- de mate waarin het gebouw betrokken is bij de drugshandel in georganiseerd verband;
- de mate waarin het gebouw bekend staat als drugsadres;
- de vraag of sprake is van (samenloop met) gewelds- of andere openbare orde delicten;
- de vraag of sprake is van één of meer (vuur)wapens/verboden wapenbezit als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie;
- het bestaan van een vermoeden van verwijtbaarheid van de bewoner(s)/betrokkene(n);
- het bestaan van een vermoeden dat de bewoner(s)/betrokkene(n) verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten (hierbij moet met name gedacht worden aan antecedenten die betrekking hebben op de Opiumwet of de Wet Wapens en Munitie. Ook antecedenten op het gebied van geweld jegens personen of zaken, zoals mishandeling, bedreiging, vernieling of diefstal e.d. kunnen een rol spelen);
- de vraag of sprake is van recidive;
- de vraag of sprake is van een combinatie van middelen als bedoeld in lijst I en lijst II Opiumwet;
- de mate van brandgevaar en/of ander gevaar voor de omgeving; de mate van risico voor omwonenden;
- de mate van overlast en de effecten op de omgeving;
- de aannemelijkheid dat de woning niet overeenkomstig de woonfunctie wordt gebruikt;
- de aannemelijkheid dat behalve het pand of het daarbij behorende erf nog één of meer locaties betrokken is/zijn bij drugshandel in georganiseerd verband;
- mate van verwijtbaarheid en betrokkenheid van andere bewoners en de daarvan af te leiden bescherming die dat vergt.