ECLI:NL:RBNNE:2023:1849
Rechtbank Noord-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens verjaring invordering dwangsom
Verzoekster, handelend onder een handelsnaam, diende beroep in tegen de invordering van een dwangsom van €17.500 wegens het inzamelen van schroot op een perceel zonder naleving van een last onder dwangsom. Het bezwaar werd ongegrond verklaard door verweerder. Later gaf verweerder aan dat de bevoegdheid tot invordering was verjaard, waarna verzoekster het beroep introk met een verzoek tot proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan op het verzoek om proceskostenveroordeling op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Gezien het feit dat verweerder aan het beroep tegemoet is gekomen door af te zien van invordering, acht de rechtbank het verzoek kennelijk gegrond en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van €837, te betalen aan de rechtsbijstandverlener.
Daarnaast wijst de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het griffierecht van €184 te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter E. Hardenberg en griffier S.G. Steenbergen op 9 mei 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van €837 aan proceskosten na intrekking van het beroep wegens verjaring van de invorderingsbevoegdheid.