Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
3.
[gedaagde sub 3],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak staat een executiegeschil centraal over de ontruiming van een woning. Gedaagden hebben het hof-arrest verkregen waarin eiser is veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken. Eiser vordert schorsing van de tenuitvoerlegging tot de bodemprocedure is afgerond of tot 1 augustus 2023, stellende dat het hof geen motivering gaf voor de uitvoerbaarheid bij voorraad en dat er nieuwe feiten zijn die een belangenafweging rechtvaardigen.
De kantonrechter overweegt dat het arrest wel degelijk een belangenafweging bevatte, ook al is deze niet expliciet gekoppeld aan de uitvoerbaar bij voorraadverklaring. De kantonrechter volgt het arrest van de Hoge Raad dat bij een gemotiveerde beslissing in vorige aanleg geen nieuwe belangenafweging hoeft plaats te vinden, tenzij er nieuwe feiten zijn die pas na het arrest zijn ontstaan.
Eiser stelt dat de originele huurovereenkomst is gevonden en dat zijn zwangere vriendin met haar kind bij hem woont, maar de kantonrechter oordeelt dat deze feiten niet nieuw zijn of onvoldoende zijn onderbouwd. De kantonrechter weegt het belang van gedaagden om over hun eigendom te kunnen beschikken zwaarder dan het belang van eiser bij schorsing.
Daarom worden de vorderingen van eiser afgewezen en wordt hij veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagden.
Uitkomst: De vorderingen van eiser tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden afgewezen en het arrest van het hof blijft uitvoerbaar bij voorraad.