ECLI:NL:RBNNE:2023:1525
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel cocaïne en heroïne
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 30 maart 2023 uitspraak gedaan in een zaak tegen een veroordeelde die tussen 2017 en 2022 betrokken was bij de verkoop, aflevering en het vervoer van cocaïne en heroïne. De officier van justitie vorderde aanvankelijk €125.913 aan ontneming, maar matigde dit tijdens de zitting tot €100.000. De rechtbank baseerde haar schatting op verklaringen van de veroordeelde en gegevens uit zijn telefoon.
De veroordeelde gaf aan ongeveer vijf jaar in cocaïne en heroïne te hebben gehandeld. Uit zijn verklaringen bleek dat hij dagelijks aanzienlijke hoeveelheden bolletjes en snuifcocaïne verkocht, met daarbij winstberekeningen per gram en bolletje. De rechtbank rekende met 260 dagen per jaar waarop de handel plaatsvond en hield rekening met een opstartperiode waarin minder winst werd gemaakt.
De totale winst werd berekend op circa €25.182,60 per jaar, wat over vijf jaar neerkomt op €125.913. De rechtbank matigde dit bedrag tot €100.000 vanwege de opstartfase. Op grond van artikel 36e Wetboek van Strafrecht werd veroordeelde verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen. Tevens werd de maximale gijzelingstermijn vastgesteld op 1.080 dagen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer, waarbij één rechter niet medeondertekende.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €100.000 aan wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel aan de Staat te betalen.